Patrick Roubroeks: Gedreven door schoonheid

Zonder talenten van anderen is hij helemaal niks. Voor deze speciale editie vertelt Founding Director van XSAGA Patrick Roubroeks over de invloed van zijn herkomst en zijn drijfveer om elke dag weer het mooiste vak ter wereld uit te oefenen. ‘Begrijpen wat iets kwaliteit geeft en het dan beter doen.’

“Het begon met een telefoontje, ergens in 2001”, memoreert Roubroeks terugkijkend op het ontstaan van zijn jubilerende creatief concept- en productiebureau XSAGA.

“Kort daarvoor had ik zelf ontslag genomen bij IDTV, op zoek naar nieuwe avonturen. Reclamebureau FHV BBDO, ook toen al legendarisch, benaderde mij. Ze wilden naast Nico Buitendijk en Henk Koenders mij als creatief directeur voor FHV Live. Ik was akkoord maar was alleen nog niet op vakantie geweest. Ik kreeg twee weken."

"En ergens in mijn vakantie werd Henk Koenders gebeld. Of hij wist van het aanstaande huwelijk van de prins en of er geen feestje kon komen. Bel over een week, dan is Patrick terug, zei Henk. Dat was ons allereerste telefoontje: het huwelijksfeest van Willem-Alexander en Máxima. Droomopdracht, jongensboek, boem, we waren direct vertrokken.”

De resonantie van Roermond

“XSAGA was natuurlijk niet mijn begin. Dat ligt in Roermond. Daar ben ik geboren, daar werd ik verliefd, speelde er fanatiek hockey en kwam in contact met muziek, literatuur, kunst en cultuur: een geweldige tijd die nog steeds resoneert.”

“De blijdschap die zich van mij meester maakt wanneer een fanfare door de straten trekt, of het kaarsje dat ik wil branden wanneer ik op vakantie in de buurt van een kerk kom. Maar ook de geborgenheid, de liefde, de onbezonnenheid en de thee van mijn moeder als ik ’s middags thuiskwam.”

“Ik was een druk kind, tegenwoordig zou je daar pillen voor krijgen. Ik snakte naar avonturen, bewijsdrift om op pad te gaan: veel energie. Ik hockeyde veel, maar gedijde ook goed in het overzichtelijke leven thuis met de thee van moeder.”

“Mijn vader was er weinig. Zes dagen lang in zijn schoenenzaak, en verder was hij van alles in Roermond de voorzitter: het Mannenkoor, Hamstraat-promenade, de zeilvereniging, de hockeyclub, het Limburgs Zangersverbond en ook nog allerlei stichtingen. Die man ging altijd op pad met zwarte multomappen, iedere avond vergaderingen. Een rusteloze man: tien minuten eten, en wegwezen.”

Leren kijken

“In de vakantie was hij anders: twee weken per jaar kon alles. We hadden het niet breed thuis, maar dan zat er geen rem op de uitgaven. Gingen we naar het Gardameer en naar Verona voor de opera; werd mijn moeder overladen met aandacht en cadeautjes. En weer thuis ging de winkel open en was het business as usual: hard werken, bestuursfuncties.”

'Ik ontwikkelde een eigen smaak; dat heb ik als een zegen ervaren'

“Mijn vader was creatief. Hij had een prachtige kunstverzameling en zat geregeld in het atelier bij bevriende kunstenaars in Parijs, want dat moest natuurlijk ook nog gebeuren. Hij schilderde, kreeg les van kunstenaar Leo Franssen, olieverf. Zijn stillevens waren best goed, maar het beste vond ik zijn linosnede’s; daar was hij echt zichzelf. Zijn inspiratie kwam onder andere van Charles Eyck, een vriend van de familie. Mijn vader bezocht hem vaak en dan nam hij mij mee naar zijn atelier. Dat gebeurde wel vaker. Daar heb ik leren kijken."

Eigen smaak

“Neem Piet Schoenmakers, nog zo’n Limburgse kunstenaar, die zat elke maandagavond bij mijn ouders op de bank.”

“Dan luisterde ik en leerde. Hoe je moest kijken. Wat mooi was. Ik ontwikkelde een eigen smaak. Dat heb ik als een zegen ervaren, dat ik een voorsprong had op studiegenoten op school, dat ik meer dan gemiddeld op de hoogte was van beeldende kunst. Ik kon verschillende kleuren blauw herkennen, begreep wanneer een beeld op een plein op de juiste plek stond.”

“Het hielp mij later ook in ons vak. Hoe je dingen neerzet. Hoe je iets afwerkt. Het design van een event. En niet alleen wat je ziet, maar ook wat je voelt als je ernaar kijkt. Dat kreeg ik van al die mensen mee.’

Loslaten

“Mijn vader kon ook goed piano spelen. Wat hij hoorde kon hij spelen: daar was ik jaloers op.”

“Ik had wel moeite als ik zag dat hij werd gebruikt. Dan bedacht hij een idee, organiseerde het en zorgde voor de financiering. Dan dacht ik: hé, d’r zitten nog zes mensen in de stichting. Misschien kon hij het ook lastig loslaten. Ik hoop dat ik daar beter in ben.”

“Maar de energie van die man: altijd iets te doen, altijd redenen om op pad te gaan, dat herken ik wel. Zijn kaarsje heeft aan twee kanten gebrand, zei mijn moeder.”

“Ik ben hem heel dankbaar, al liep het een tijd niet goed tussen ons. We leken te veel op elkaar.”

Beeldend vertellen

“Ik zat op de middelbare school en ging even wonen bij mijn oma, die een paar straten verderop woonde in Roermond. Ik speelde trompet, vierde carnaval, en was vooral veel met vrienden en op het hockeyveld. Dat vond ik superleuk. Ik tekende ook graag.

“Ik meldde me aan bij de kunstacademie en dacht dat ik nooit aangenomen zou worden. Dat dacht ik bij nog vier andere opleidingen. Wat gebeurde? Bij alle vijf aangenomen. Uiteindelijk koos ik intuïtief voor de Academie van Journalistiek in Tilburg.”

“Nieuwsgierig en ongegeneerd vragen stellen aan de ander, dat trok mij wel. Meedoen aan het gesprek zonder er een mening over te hoeven hebben en er direct onderdeel van te zijn. Dat laatste heb ik pas later ontdekt.”

“Eenmaal op de academie koos ik televisie. Ik wilde verhalen beeldend vertellen. Dat lag mij meer dan schrijven: beetje dyslectisch, beetje ADHD. Na jaren bij NOS en IDTV kwam pas XSAGA.”

Zoektocht naar ‘das gewisse Etwas’

“Het is gek, maar voor één keer hoofdredacteur te mogen zijn van Publique dat voelt met mijn achtergrond als logisch en bijzonder tegelijk.”

“Het is toch fantastisch om zomaar op bezoek te mogen gaan bij Anton Corbijn, of dat ik vragen mag stellen aan Joop van den Ende en André Rieu. Dat ik mag werken met bijzondere makers; excellerende duo’s. En daar dan mijn persoonlijke fascinatie aan ophangen: op zoek gaan naar wat hen drijft.”

‘Het zijn vragen die ik nooit zal oplossen, maar mij wel voortdrijven’

“Waar komt de ambitie vandaan? Wat is goed? Wat is het mooie, de schoonheid? Wat maakt kwaliteit? Het zijn vragen die ik nooit zal oplossen, maar mij wel voortdrijven. Om een verklaring te vinden voor de zest van het leven. ‘Das gewisse Etwas’ noemt een Duitser dat.”

Het ondefinieerbare van kwaliteit

“Dat ondefinieerbare. Wat is dat ene ding? Wat maakt het beter dan de rest? Waardoor word ik ontroerd? En hoe krijg ik de tools om dat te bereiken? Daarin kan ik rusteloos zijn. Om het construct, zo noem ik dat vaak op kantoor, om het construct te begrijpen; het systeem achter iets dat raakt, iets moois, achter kwaliteit.”

“Ik kan concepten bedenken en er mee werken. Dat is voor mij het design van een gedachte. Ik heb dat nodig om er vervolgens alle details aan op te kunnen hangen, zodat je kan zien dat het klopt. En als het klopt resoneert het: dan verwonder je mensen met kwaliteit. Niet weten waarom je ontroert raakt, dat achterhalen en er dan gebruik van maken.”

‘De dingen die mij ten diepste raken zijn dat je bakens hebt verzet, dat we iets hebben gemaakt van kwaliteit dat echt verwondert, ontroert, betovert’

“Steal from everywhere that resonates inspiration or fuels your imagination’, zegt filmmaker Jim Jarmusch. Dit staat op een theedoek op kantoor, een veel langere quote, maar het zegt in essentie wie ik ben. Je moet alles opsouperen: films, de vormen van wolken, platgetrapte kauwgom op straat, een dichtregel, een beeld, kleur. Alles meenemen en gebruiken in je werk.”

“Wel met de verplichting het jatwerk verder te brengen, er iets aan toe te voegen. ‘It’s not where you take things from, but where you take them to.’ Dat is het einde van de quote waarbij Jarmusch filmmaker Jean-Luc Godard citeert. De verplichting om het verder te brengen.”

“Die gedachte is ook heel sterk bij XSAGA: iets maken wat er nog niet was. En idealiter op een manier dat het ‘ook’ iets over ons zegt: onze kwaliteit, onze drive, de zest van onze productie.”

Bewijsdrift

“Daarin kan ik veeleisend zijn, tijd en energie opslokken van anderen; gehaast, zoekende, rusteloos. Woorden die ik inderdaad gebruik bij mijn vader, maar ik ben ook van de thee van mijn moeder. Dat de sfeer goed is, geborgen, en dat het niet erg is elkaar op te jagen. En het is altijd vanuit een drive het beter te maken. Dat er een stapje bij kan, anders, beter. Altijd dat stapje extra. Anders wordt het saai. Er is ook zeker een soort van bewijsdrift.”

“Marieke, mijn vrouw, vraagt dan wel eens: waarom? Ik denk om mijzelf aan de gang te houden. En, ik vind het vaak echt nog niet goed genoeg. Dat is dé drive.”

“We maken met XSAGA over het algemeen dingen die gewoon goed zijn. Maar de dingen die mij ten diepste raken zijn dat je bakens hebt verzet, dat we iets hebben gemaakt van kwaliteit dat echt verwondert, ontroert, betovert.”

“Het gaat niet om mij, het gaat om wat we doen, over hetgeen wij samen hebben gemaakt. Dat is belangrijk, zonder met onze standaard te marchanderen.”

Op naar het volgende avontuur

“Ik vind het soms lastig om applaus te krijgen. Natuurlijk voelt het fijn, maar eigenlijk ben ik dan alweer een stap verder. Bezig met het volgende project, het volgende avontuur, om dat beter te maken of überhaupt gerealiseerd te krijgen.”

“Als we dan toch geld mogen uitgeven van de klant laten we het op de mooiste manier doen. Of zoals de veel te vroeg overleden Belgische decorontwerper Bart Clement mij ooit zei bij een zware en lastige opdracht waarin hij uiteindelijk een prachtig decor had geschapen: ‘Amai, Patrick. Laat het dan in ieder geval schoon zijn.’