Eveline Aendekerk is sinds 2018 directeur van de CPNB. Het werk –promotie van het Nederlandse boek – is veelzijdig, met de nationale Boekenweek met bijbehorend Boekenbal als jaarlijks terugkerend hoogtepunt. ‘Dat iedereen op het bal chagrijnig is over het zaalprogramma hoort er gewoon bij, dacht ik.'
Het was maart 2018. De Boekenweek had als thema Natuur. In verschillende kranten en opiniebladen werd druk gespeculeerd over de nieuwe directeur van de CPNB. De naam Eveline Aendekerk ontbrak in alle lijstjes. Niet vreemd; als directeur van Dance4Life lag zij niet voor de hand, hoewel ze toen al wel wist dat zij het zou gaan worden.
Heel gek”, zegt Aendekerk. “Met al die speculaties in de media realiseerde ik me ineens het belang van de baan: hoe er in de boekwereld tegenaan werd gekeken. Toen kreeg ik het wel een beetje warm. Maar ik dacht: nou ja, we’ll see.”
Het is inmiddels ruim zeven jaar later en het CPNB-kantoor in de binnenstad van Amsterdam voelt als haar huiskamer. Aendekerk, kenmerkend kort haar en ontwapende lach, zit aan een tafel met achter haar een wand vol met zwarte dossiermappen voorzien van rode stickers waarop met grote letters Boekenweek staat geschreven.
Achtste wereldwonder
Tezamen vormen ze de zogenaamde CPNB-bibliotheek die in april 2014 door Herman Arnolds, de samensteller, aan de stichting werd geschonken.
Arnolds verzamelde bijna vier decennia lang alles wat met de promotie van het boek te maken heeft. Startend bij de toen nog Dag van het Boek in 1930 verzamelde hij in totaal zo’n vierhonderd ordners vol met knipsels, brochures en promotiemateriaal.
Eppo van Nispen tot Sevenaer, de voorloper van Aendekerk als directeur, noemde de verzameling bij schenking ‘een achtste wereldwonder’. Zij is er ook blij mee. Op een onbewaakt ogenblik pakt ze wel eens een dossiermap en grasduint door de inhoud. “Altijd weer interessant en herkenbaar.”
Bij haar aanstelling nodigde ze tachtiger Arnolds uit voor een bezoek. Ze spraken over de geschiedenis en hij formuleerde de drie immer terugkerende reacties op het Boekenbal.
Vind er op voorhand al niets aan.
Vind er achteraf inderdaad niets aan.
Vind dat het vorige jaar veel beter was.‘
”Dat gaat nu weer gebeuren, zei hij tegen mij”, zegt ze. “En ik dacht: dat zal dan wel kloppen.”
Aparte gebeurtenis
Het duurde even, maar haar vuurdoop in 2019 als directeur op het Boekenbal werd inderdaad een nogal aparte gebeurtenis. Zoals altijd werd het bal geopend met een inhoudelijk zaalprogramma in de Amsterdamse stadsschouwburg. Ze begon met haar openingsspeech en wilde kort aandacht besteden aan slachtoffers van de aanslag in een Utrechtse tram toen cabaretier Freek de Jonge opstond van zijn stoel en dwars door haar verhaal heen begon te schreeuwen. Zij moest ook aandacht besteden aan de politieke toespraak van politicus Thierry Baudet vond De Jonge.
“Dat was apart ja. Maar gelukkig kreeg ik die avond complimenten over hoe ik met de situatie om was gegaan. En uiteindelijk heb ik er een mooie relatie met Freek aan over gehouden.”
Ondertussen had ze wel een verandering doorgevoerd. Het was goed gebruik dat de bestuursvoorzitter het Boekenbal opende. Er was net een nieuwe aangesteld en die had daarin weinig zin. Prima, dacht Aendekerk. Ze vond het al logischer dat de directeur aan het begin van de Boekenweek op het bal spreekt.
Luxeprobleem
In de jaren daarna zorgde corona voor een noodzakelijk andere invulling. Het werk bij CPNB is veelomvattend en langzaam drukte Aendekerk haar stempel op de organisatie. Ze opende de blik voor minder literaire genres en ze ijverde voor meer strategische richting bij het campagnevoeren: data verzamelen over hoe de consument deze ervaart.
Wat betreft de invulling van het Boekenbal was ze gaan geloven in de drie regels van Arnolds. “Dat iedereen op het bal chagrijnig is over het zaalprogramma hoort er gewoon bij”, dacht ik.
De organisatie van dit programma-onderdeel had ze wel aangepakt. Voor haar aantreden werd vaak pas laat in het jaar begonnen met de voorbereidingen. Zij begon eerder. De uitnodigingen en aanmeldingen werden gedigitaliseerd.
Ook dacht ze na over waarom het niet wilde lukken. Het leek het gevolg te zijn van een luxe-probleem: iedereen wilde een kaartje voor het Boekenbal zelf. De kwaliteit van de omlijsting hoefde daarvoor niet te zorgen. Ook begreep ze dat het kritische publiek in de zaal een geschikt programma lastig maakte. Toch zocht ze naar een mogelijkheid tot verandering.“
En toen koos ik dus voor XSAGA en kwam alles goed”, zegt ze lachend en schudt langzaam met haar hoofd. “Zo ging het dus niet.”
Fietsroute
Er ging een lange periode aan vooraf, waarbij gek genoeg de fietsroute van Aendekerk een cruciale rol speelde. Ze kende XSAGA via eigenaar Patrick Roubroeks. Jarenlang zagen ze elkaar over straat fietsen. Op een bepaald moment dacht ze: ‘ik ga toch eens met ze praten.’
Dé literaire gebeurtenis van het jaar
Die keuze bleek de juiste. Rondom het boekenweek-thema ‘Je Moerstaal’ werd zo’n inhoudelijk sterk programma neergezet dat Aendekerk tijdens het bal daarna voortdurend werd gecomplimenteerd. Gedurende het zaalprogramma spraken en zongen artiesten, schrijvers en dichters allemaal in hun eigen dialect. De aftrap was voor Aendekerk zelf, met een speech in het ‘Roermonds’. Afgelopen december werd het zaalprogramma van het Boekenbal 2025 zelfs als ‘dé literaire gebeurtenis van het jaar’ uitgeroepen.“
En dat stond in TZUM; nou niet de allergrootste voorstanders van wat wij allemaal doen. Maar, en dat klinkt ongelofelijk cliché, maar de mensen in de zaal waren echt geraakt. En de verbindende kracht van het zaalprogramma zette zich ook door in het feest daarna.”
Als Aendekerk het moet verklaren dan zou ze het als ‘niet een buitenkant-programma’ willen betitelen. “Het ging echt ergens over: over het belang van jouw moerstaal en hoe cruciaal het is om deze te koesteren, de taal van je hart. Zoiets resoneert kennelijk bij iedereen.”
Gedreven
Tegelijkertijd waren er ook duidelijke andere keuzes gemaakt. Theaterregisseur Jan-Eric Hulsman had de leiding. Het thema was leidend voor het gehele programma en werd consequent doorgevoerd. En de keuze voor de mensen op het podium was op basis van inhoud gemaakt en niet vanwege een bepaalde status.
Ook voelde Aendekerk de sterke gedrevenheid bij XSAGA. “Ze wilden het echt heel graag heel goed doen. En Jan-Eric, Sanne en Patrick snapten de zaal óók zo goed.”
Dat de opdrachtnemer openstond voor ideeën vanuit de organisatie was ook van belang. Zo wilde XSAGA aanvankelijk een soort van festival organiseren door de schouwburg heen als vervanger van het zaalprogramma. Dat zag Aendekerk niet zitten. “Op een bepaald moment constateerden we: het moet een soort taaltrip worden.”
Het succes van afgelopen jaar heeft duidelijk gevolgen gehad. “Er zijn nu mensen die denken: shit ik heb wat gemist. Die willen nu dus ineens graag naar het zaalprogramma. Tegelijkertijd is de drempel voor schrijvers en artiesten om op dat podium te gaan staan verlaagd. In het verleden kon je gewoon worden uitgefloten. Nu denken sommigen: ja, als het zo goed en mooi is, dan wil ik daar ook onderdeel van zijn.
Hoge verwachtingen
Dat de verwachtingen voor het komende Boekenbal juist daarom te hoog worden, vreest Aendekerk niet. Samen met XSAGA is er opnieuw goed nagedacht over het thema ‘Mijn generatie’. Ze heeft groot vertrouwen in het bureau en de hele opzet was in november al klaar. Het belooft opnieuw een bijzondere avond te worden. "Ook nu is er inhoudelijk veel om naar uit te kijken. Het wordt heel anders, maar ik heb er nu al zin in."