Voor de camera lijken sterren groter dan het leven, maar in de studio van Anton Corbijn blijken ze vooral mens te zijn. Tussen stapels fotoboeken, oude contactvellen en een nieuw, monumentaal overzichtswerk vertelt hij hoe intuïtie, timing en echte verbinding belangrijker bleken dan perfecte techniek.
Daar sta ik dan bij het oude Badhuis in de Spaarndammerbuurt. Hier moet het ergens zijn. Ik zoek de bel, druk er enigszins weifelend op en wacht. Ik hoor niks, kijk om me heen en na een kort moment van twijfel doet hij dan toch open: Anton Corbijn. Achter HEM hangt een enorm portret van Patti Smith die je aankijkt door de lens van een fototoestel. Twee iconen in een blik gevangen.
Vandaag ben ik te gast in zijn studio ter voorbereiding op een interview met hem. Ik sprak hem al eerder, maar deze keer is hij kandidaat voor de 27Minutes serie die op het BEA World Festival in Rome zal worden vertoond.
De keuze voor Corbijn is logisch. Hij heeft met zijn herkenbare oeuvre op het gebied van fotografie, videoclips en films een plek in het internationale collectieve geheugen. Ook won hij kort voor de ontmoeting de ICON Award tijdens de Music Photography Awards in de Abbey Road Studio’s. En er was net een indrukwekkend boek verschenen met een selectie van zijn foto’s die hij de afgelopen vijftig jaar maakte getiteld ‘CORBIJN, ANTON’.
Status van rockster
Ter promotie was hij de afgelopen weken veel op pad. CORBIJN, ANTON is 560 pagina’s dik en werd achtereenvolgens gepresenteerd in Parijs, Antwerpen, Stockholm en Tallinn.In al die steden kreeg hij een inmiddels herkenbaar onthaal. Overal waar hij komt zijn er enthousiaste fans die hem zien als een rockster. Hij is de fotograaf die alle sterren voor zijn lens krijgt, dus hijzelf moet ongetwijfeld ook een ster zijn.
Al het reizen is hem al heel lang niet vreemd: “Ik ben jaarlijks meer dan tweehonderd dagen op pad”.
Toch was de promotietour voor de inmiddels 70-jarige best hectisch. Liever is hij ‘op pad’ om te fotograferen: gelukkig nog steeds de voornaamste reden om van het ene continent naar het andere te vliegen. Hij blijft op zoek naar die bijzondere momenten en plekken om foto’s te maken. Foto’s die van een moment een blijvende herinnering kunnen maken.
Wereld van verbeelding
Wereldreiziger, sterrenstatus: eigenlijk best rare typeringen voor een bescheiden en ietwat introverte jongen uit het Zuid-Hollandse Strijen. Als kind trok hij zich vaak terug in zijn eigen wereld. Zijn vader was dominee van de kleine gemeente. Aan tafel en in het ouderlijk huis gold het woord van God.
Hij droomde van een bestaan als muzikant. Corbijn leende een fotocamera van zijn vader en ging op zoek: naar zichzelf, naar de wereld buiten, naar een leven als popidool. Dat lukte niet, maar uiteindelijk bleken de foto’s van Herman Brood and His Wild Romance zijn entreeticket naar de wereld van de verbeelding.
Eind jaren zeventig verhuisde hij naar Londen. Werken voor het beroemde Engelse muziekblad New Musical Express betekende dat hij toegang kreeg tot internationale popsterren.
Zijn zwart-wit foto’s en eigen stijl bleken precies datgene waar de muzikanten naar zochten. Een ongekend gedreven fotograaf die in staat was verbinding te maken met de mensen die hij fotografeerde.
Autodidact
Kennis van techniek of speciaal fotomateriaal ontbeerde Corbijn aanvankelijk. Al sinds de beginjaren viel hij op door zijn eigen stijl en zijn ongekend goede gevoel voor timing. Als autodidact leerde hij zichzelf fotograferen door veel uit te proberen, te experimenteren. Maar de sleutel voor zijn succes lag ook in het begin al bij zijn intuïtieve gevoel voor het juiste moment.
Hij portretteerde muzikanten op een iconische manier waarin zij zichzelf herkenden. Hij begreep ze. Hij zag wie ze waren én wie ze graag wilden zijn. Ergens leek zijn manier van werken op hoe muzikanten soms het publiek in de zaal tijdens een concert weten te bespelen met een juist gekozen solo, een spervuur van energie, of juist een moment van stilte. Corbijn werd als fotograaf het bandlid dat hij diep van binnen altijd al wilde zijn.
Kind in de snoepwinkel
Onze eerste lange ontmoeting was in 2011. Corbijn zou de Prins Bernard Cultuurfonds-prijs krijgen. Ter voorbereiding van het evenement rondom de uitreiking sparden wij lang met elkaar. Het was een fijn gesprek. Een gesprek ook wat mij op meerdere manieren wees op één van de mooiste onderdelen van mijn vak: dat je met grote talenten mooie dingen mag maken waar anderen dan weer van mogen meegenieten.
‘Anton Corbijn is a cross between a Russian Spy, a painter, a gigolo and a priest'
In dit geval stelden wij het programma samen voor het evenement. Natuurlijk mochten zijn beste vrienden niet ontbreken. Hij pleegde een aantal telefoontjes. Of Bono van U2, Chris Martin van Coldplay, Herbert Grönemeyer en Tom Waits zin hadden om op zijn feestje ‘in Holland’ te komen. Ik voelde mij als een kind in de snoepwinkel met een vriendje die wel over de juiste middelen en contacten beschikte.
Verbinding
Een week later ontvingen wij de video-bijdrage van Tom Waits die op geheel eigen wijze zijn ‘friend Anton’ had omschreven: ‘Anton Corbijn is a cross between a Russian Spy, a painter, a gigolo and a priest. He’s a fly on the wall, he’s king of the ball, he’s the king of them all.’
De hele tekst is uiteindelijk opgenomen in het boek ter ere van zijn 70ste verjaardag. De inhoud is een beschrijving van de magie van Corbijn’s fotografie, maar belangrijker nog is het een toonbeeld van de waarachtige vriendschap die hij had ontwikkeld met Waits. En juist dat vermogen tot verbinding is volgens mij dé basis voor zijn langdurige succes als kunstenaar.
Veel van zijn andere vrienden waren live aanwezig bij ‘the feast in Holland’ voor de Cultuurprijs. Samen zongen ze met het Metropole Orkest hun beste werk. Het decor bestond uit een selectie van iconische zwart-wit foto’s. Zijn beste werk nam het applaus van zijn beste vrienden in ontvangst.
Het was in onze ogen de juiste manier om de prijswinnaar te eren: Anton Corbijn, het bandlid zonder muziekinstrument, voegde telkens weer beeld toe aan de muziek en werd daarmee een wezenlijk onderdeel van bands als U2 en Depeche Mode en hun brandidentity.
BEA World Festival
Terug naar het Oude Badhuis in Amsterdam. We spraken opnieuw lang over allerlei onderwerpen.
Op dat moment wisten we allebei nog niet dat het gesprek tijdens het BEA World Festival in Rome uiteindelijk zou komen te vervallen. De commotie rondom een nieuw boek, een nieuwe film geïnspireerd op de schrijfster Patricia Highsmith en een verder ook nog overvolle agenda: het interview voor de 27Minutes serie kwam er niet.
‘Je zult moeten kiezen tussen het kunstenaarschap of een baan als fotograaf’
Dat was een tegenvaller, maar het bezoek zelf was wederom zeer inspirerend geweest. Zo spraken we over mogelijke criteria voor een geslaagde portretfoto, over wat hij jonge fotograaf zou aanraden en of ’de perfecte foto’ bestaat. Het waren gespreksonderwerpen die in dit verhaal niet zouden misstaan.
“Ik geloof niet dat ik het perfecte portret ooit heb gemaakt”, zei Corbijn. “Ik geloof ook niet dat zoiets bestaat, in elk geval niet in mijn werk. Ik zie altijd iets dat wellicht beter zou kunnen. Tegelijkertijd zijn er ook veel beelden waarop ik supertrots ben. Ik geloof ook dat perfectie wordt overgewaardeerd. Mijn beste foto’s zijn imperfect. Wat voor mij dan wel weer een soort van perfectie is.”
Drie pijlers
Corbijn: “In zijn algemeenheid is voor mij een portretfoto geslaagd als het aan drie dingen voldoet. Deze hoeven niet per se in gelijke mate aanwezig te zijn in een beeld. Maar een foto moet iets zeggen over de afgebeelde persoon. Het moet iets zeggen over de fotograaf zelf. En het moet een uniek, nog niet eerder vertoond, beeld zijn. Met een combinatie van die drie heb je een geslaagd portret.”
“Tja, jonge fotografen? Begin er niet aan, zou ik zeggen. Iedereen is tegenwoordig een fotograaf. Vanuit een economisch perspectief begin je al aan een onmogelijke strijd, kom je direct in een lastige situatie terecht. Maar als je jouw hart en ziel erin wil gooien, ga je gang.”
“Je zult moeten kiezen tussen het kunstenaarschap of een baan als fotograaf. Het is erg moeilijk deze twee te combineren, hoewel het een aantal mensen best aardig is gelukt.”