Directeur van Het Nationale Ballet, Ernst Meisner, en regisseur en artistiek leider van ISH Dance Collective, Marco Gerris hebben zo’n sterke band dat ze soms elkaars zinnen afmaken.
De ene, Marco Gerris, is een uit de Filipijnen geadopteerde Belg. Hij kreeg een conservatieve opvoeding. Koos, tot zijn eigen geluk, voor de vrije school. Daar ontstond zijn passie voor theater; acteur ging hij worden.
Na een jaartje Studio Herman Teirlinck volgde een jaartje dansacademie met als conclusie: school was het niet. Amsterdam was het juist wel. Vanaf 1997 werd hij daar direct omarmt: een rol in de musical Eindeloos en de Nederlands titel Freestyle Skaten.
Drie jaar later was er ISH, zijn eigen gezelschap, dat de afgelopen jaren meerdere belangrijke culturele prijzen kreeg.
De ander, Ernst Meisner, groeide op in Lelystad. Zijn beide ouders waren pianist. Dus koos hij voor de viool. Zijn moeder vond dat wat solitair en nam kleine verlegen Ernstje mee naar balletles. Een goed idee: vanaf zijn tiende bezocht hij de Nationale Balletacademie in Amsterdam.
Kort dacht hij aan een leven als circusclown, maar die droom werd vervangen voor The Royal Ballet in London. Hij wist het puissant hoge collegegeld bij elkaar te krijgen en danste er uiteindelijk tien jaar. Al snel choreografeerde hij ook en in 2009 kreeg hij de kans mee te lopen met Ted Brandsen, directeur van Het Nationale Ballet. Drie jaar lang danste hij daar, om vanaf 2013 artistiek leider van The Junior Company te worden.
Vijf jaar later werd hij artistiek leider van de Nationale Balletacademie en per 1 augustus is hij Ted Brandsen opgevolgd als directeur van Het Nationale Ballet.
Middle man Ted Brandsen
Meisner: "Ted is mijn mentor, een geweldige professionele vriend. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: Ted is de meest geweldige directeur die je kan wensen. Dat ik hem mag opvolgen is waanzinnig, en vooral ook dankzij hem. Hij heeft mij altijd vertrouwen gegeven; in ons vak cruciaal. Ik denk dat jij Ted ook zo kent en zo waardeert.”
Gerris: “Zeker, zeker. Maar, voor mij begon onze samenwerking met een telefoontje van jullie educatie-afdeling. Of ik een cover wilde maken van Symfonieën der Nederlanden, van Hans van Manen. Ik zei: ‘van wie?’ Ik kwam niet uit de balletwereld, later vond ik het heel eervol dat hij soms bij onze repetities keek, maar ik wist toen echt niet wie hij was.
”Ernst Meisner: ‘Ik zeg altijd: choreograferen is zo verdomd moeilijk, in je eentje. Met zijn tweeën, op papier…, onmogelijk’
“In 2011 deden we mee met een productie in het programma ‘Yes we can Dance’. Verder waren er amateurgezelschappen: zo’n 200 man, één grote chaos.”“En daar zag ik iemand, heel rustig, de leiding hebben. Ik was helemaal flabbergasted. Het was Ernst en ik dacht als ik ooit de kans krijg meer samen te doen, dan wil ik dat met deze meneer.”
“Toen is het bij mij ook beginnen te bruisen en een jaar later dacht ik: ik wil iets doen met het Nationaal Ballet. Ik dacht aan een workshop, een beetje uitwisselen van topdansers. Met dat idee zat ik bij Ted op kantoor. Ik zei: dit is mijn plan, en dat zou ik graag met Ernst willen doen. We zaten te praten, Ernst werd erbij gehaald en toen ik weer buiten stond hadden we een grote voorstelling.”
Werkelijk geen idee
Meisner: “Voor mij was het ook direct spannend. Ik heb altijd genoten van samenwerkingen. Dan gaan er nieuwe dingen gebeuren, luister je en leer je. Ik had geen idee over Hiphop, b-boys, whacking. Geen idee…”
Gerris: “…echt serieus. Ik had ook heel weinig idee van ballet. Maar mijn instinct zei; dit wil ik. Zonder te weten…”
Meisner: “… waar het allemaal toe zou leiden, nu zoveel jaar, zoveel samenwerkingen later: Grimm, en Dorian natuurlijk. Maar dat was dus Narnia. Volgens mij heb ik dat op tafel gegooid. En dat was meteen raak.”
Marco Gerris: ‘Creëren is een soort van eigen taal en toevalligerwijze spreken wij exact dezelfde’
“We houden allebei van epic, groot, spektakel, uitpakken. Dat voel je ook aan elkaar.”
“We gingen schrijven, scènes vormgeven en dan voel je meteen dat je op eenzelfde manier denkt, hoe iets bij elkaar kan komen. Zonder dat je daarover praat. Later werd dat bijna eng, dat we elkaars zinnen gingen afmaken.”
“Maar, ik zeg altijd: choreograferen is zo verdomd moeilijk, in je eentje. Met zijn tweeën, op papier…, onmogelijk! En op de een of ander manier…”
Geen vadertje of moedertje
Gerris: “…zo natuurlijk. Ik had het ook vrij snel, het gevoel van wauw! Ik vertrouw hem honderd procent. Dat heb ik echt met heel weinig mensen. Dat je weg kan lopen. Of terug kan komen. Of dat als je het even niet weet, dat hij dat dan oppakt. En andersom ook. Dat is vanaf dag één altijd magisch geweest.”
“Dat hebben anderen ook zo gevoeld. En daardoor, kan je bij ons ook nooit vadertje of moedertje spelen. Wij hebben letterlijk dezelfde meningen over bijna alles; over alles.”
Meisner: “Het is grappig. We spreken daar dus nooit over. Over een repetitieproces, wanneer je een stapje terugneemt. Dat gebeurt gewoon.”
Gerris: “Hiphop is totaal anders. Ballet is totaal anders. Maar creëren is een soort van eigen taal en toevalligerwijze spreken wij exact dezelfde. Alles gaat vanaf de eerste seconde natuurlijk. Het is alsof hij mijn gedachte is, en andersom. Dat helpt enorm. Want laten we eerlijk zijn. Creëren is het meest enge wat er is.”
Blijvende magie
Meisner: “Op dag één dat we Narnia gingen maken zaten balletdansers en de ISH-ers in groepjes gescheiden. Wij gingen aan de slag en binnen tien minuten was er magie. Het explodeerde. Als ik terugkijk komt dat doordat ze voelden: oké zij vertrouwen elkaar, dus het zal wel goed zijn. Vertrouwen is dé essentie van creëren.”
“Ik ben ook niet bang dat het weg gaat. Het is er gewoon, we genieten ervan. We hebben na Narnia nog zoveel mooie dingen gemaakt. En het neemt nu met Next Steps ook nieuwe vormen aan. Maar je komt zo iemand wel maar één keer in je leven tegen.”
Toekomst zonder twijfel
Gerris: “Zelfs over onze toekomstplannen zijn we het eens. Maar, als ik toch mag analyseren, ik vind het meest bijzondere: de verschillende werelden waar wij vandaan komen. Dat is raar, onze achtergronden, maar misschien is het omdat wij super praktisch zijn. Werken met makers die voortdurend twijfelen vind ik frustrerend.”
Meisner: “Gewoon goed luisteren, kijken en dan beslissen. En daarin moet je ook durven geloven: in wat je voelt, wat je denkt. Als je dat consequent doet, dan klopt het uiteindelijk ook.”
Gerris: “Eens.”