Publique XSAGA Take Over – Gerben Bakker en Eric van Tijn: ‘Eurovisie-tandem’

Componist/muziekproducent Eric van Tijn en creative director/show-regisseur Gerben Bakker werken al 25 jaar samen met als hoogtepunt het Eurovisiesongfestival in 2021.

De ene, Eric van Tijn, was in zijn jeugd vaker te vinden in de professionele muziekstudio van zijn ouders aan de Amsterdamse Groenburgwal en de Wenckebachweg dan op school. Op zijn zesde toonde zijn vader hem daar de magie van het mengpaneel tijdens een uitzending voor Radio Luxemburg. Wat volgde was: spelen met bandjes, ervaring opdoen als opnametechnicus en een opleiding op het conservatorium. Zijn eerste tv-opdracht was voor het legendarische kinderprogramma De Familie Knots.

De ander, Gerben Bakker, groeide op in Overijssel op de boerderij. Zijn vader wilde dat hij boer werd, maar muziek, entertainment en amusement trokken hem meer. Via de mbo en de School voor Journalistiek kwam hij in Hilversum terecht. Eerst bij serieuze nieuwsprogramma’s, maar al snel volgde de overstap naar infotainment waar hij zijn creativiteit beter kwijt kon.

Die snapt het gewoon
Van Tijn: 
“Eigenlijk weet ik niet meer precies wat onze eerste samenwerking was, maar het was direct goed. Ik dacht: deze gast, die snapt het gewoon. We zijn nu vrienden, dus ik mag het zeggen. Gerben snapt het gewoon echt.”

Bakker: “Ik denk dat de Televizierring-uitzending onze eerste keer was. Al ontmoette ik Eric veel eerder, als onderdeel van mijn jeugd. Daar was ik me niet van bewust. Maar mijn platenkast stond vol platen die hij produceerde: Mai Tai, Richenel. Zijn muzikaliteit is zó breed. Dat was mijn eerste kennismaking met Eric.”

Van Tijn: “En met Jochem dus, Jochem Fluitsma, met wie ik sinds lang een producers-duo vorm. We waren met z’n tweeën een hecht team. Al moesten we van teamwork weinig hebben. Niemand anders mocht zich met onze dingen bemoeien.”

Waren best lastig
“We waren best lastig, denk ik. Ik was nog zo bij mijn eerste tv-ding: de live shows voor Idols. Ik had muziek gemaakt en tot mijn irritatie vroeg een lichtontwerper of hij daarover iets mocht zeggen. ‘Ik vind het mooi’, zei hij, ‘maar waarom vier inslagen?’ Ik dacht: ‘hoezo stel jij mij deze vraag’, maar slikte mijn irritatie in; gelukkig. Ik vroeg waarom hij dat wilde weten. Hij zei: ‘ik heb zes grote lampen hangen, dus ik zou er liever zes hebben’. Oké, dacht ik, dit is dus teamwork. Dat bleek eigenlijk heel leuk, want de productie werd er beter van.”

Gerben Bakker: ‘Voor een creatief proces is het fijn dat er geen ruis is

Bakker: “In Hilversum ben ik bewust richting infotainment gegaan: daarna volgden live uitzendingen, groot amusement. Ik vond dat tof en al vrij snel had ik een sticker op mijn voorhoofd van live-amusement. Vaak is dat met muziek. En zo zijn wij ergens gaan samenwerken. Ik denk nog steeds bij het Televizier-gala.”

Van Tijn: “Niet bij het Junior Songfestival?”

Eén blik voldoende

Bakker: “Nee, bij het Televizier-gala. Het was zo rond 2000, dus inmiddels werken we ongeveer zo’n 25 jaar samen.”“En hoe dat kan, daar heb ik over nagedacht. Voor een creatief proces is het fijn dat er geen ruis is. Als je elkaar door en door kent is één blik voldoende. En, heel belangrijk: geen schroom om eerlijk te zijn naar elkaar.  We zeggen soms op een pittige manier tegen elkaar: ‘néééé, dat is echt heel slecht. Dat moet je niet willen.’”“Open, eerlijk en veel plezier maken: dat versterkt elkaar; net als dat we twee verschillende disciplines hebben.”

Van Tijn: “Wat ik bedoelde met Gerben snapt het? Dat is niet eenvoudig. Nu zijn we echt een team. Er zijn geen grenzen meer.”

Eric van Tijn: ‘Succes kunnen delen is ook kenmerkend voor ons’

“Hij kan wat zeggen over muziek en ik kan wat zeggen over regiekeuzes. Dat was in het begin anders. Gerben was als creatief, in principe zoals anderen, en toch héél anders.”

“Ik denk dat dat het was: Gerben doet veel op gevoel. En wat ik doe, is eigenlijk alleen maar gevoel. Met muziek probeer ik gevoel te maken; met een leuk liedje, of een mooie spannende underscore. Vaak gaat het dan over tijd: het mag maar twee en halve minuut duren. Dan moet ik gaan uitleggen dat zoiets muzikaal lastig ligt. Gerben begreep dat direct.”

Alles tot op de milliseconden

Bakker: “Dat herken ik. Bij alles wat er gebeurt moet je schuiven. We doen het altijd voor een opdrachtgever, dus het hele samenspel moet wel samenkomen en kloppen. Als Eric iets geniaal heeft bedacht, ga ik schuiven. Maar soms kan ik hem goed uitleggen waarom het toch niet kan.”

Van Tijn: “Gerben is ook mega strak. Uiteindelijk klopt alles tot op de milliseconden.”

Bakker: “Het mooiste is als je iets nieuws mag maken. De Reddingsmaatschappij (KNRM) is een goed voorbeeld. Ze kwamen al heel vroeg met: we bestaan 200 jaar en willen iets. Een blanco pagina om te vullen. Met Stef Bos samen kwamen we tot de Symfonie van het Water, een theatervoorstelling. Dat was bijzonder, en ik merk als het onderlinge vertrouwen groot is, verlaat je makkelijker je comfort zone.”

Voor de kenners

Van Tijn: “Ik vind een bepaald doel, of kapstok wel prettig. Waarbij de opdrachtgever voldoende vrijheid geeft iets echt moois te maken. Ik realiseer me dat ik artiesten nodig heb. Ik ben zelf geen artiest, wil ook niet zo nodig op het podium staan. Als orkestleider vind ik het geen probleem, maar dus achter de artiesten.”

Bakker: “Dat is wel het cadeau van ouder worden: je minder druk maken om onbelangrijke zaken, zoals ego. Natuurlijk slaan wij elkaar op de schouders om onze briljante ingevingen, en is applaus fijn. Maar vooral toch van kenners: dat ze jouw hand in een productie herkennen.”

Succes delen
Van Tijn: “Succes kunnen delen is ook kenmerkend voor ons. En, misschien het belangrijkste, loyaliteit. Gerben is zeer loyaal. Dat is een eigenschap die maar heel weinig mensen hebben in ons vak.”

Bakker: “Voor mij draait het om eerlijkheid naar elkaar toe, en humor. Je moet kunnen blijven lachen. Zoals bij het Eurovisiesongfestival: tweehonderd miljoen mensen gaan hier een mening over hebben, en wat doen we? De hele Erasmusbrug afzetten voor vijftig violisten en Afrojack. Toen we daar even bij stil stonden, kregen we vanzelf de slappe lach.”