Uit nieuwsgierigheid. Bewondering. De wens om van hem te leren, of gewoon als een collega-ondernemer. Er zijn voor mij veel redenen om Joop van den Ende te willen spreken. Reagerend op mijn vragen stelde de Godfather aller producenten zich open en kwetsbaar op. Een bijna 84-jarige Van den Ende over zijn achtergrond, ambities en nieuwste plannen.
Hoe keek je op je 25ste naar de wereld?
“Ik had één doel: ik moest de armoede zoals ik die in de jaren vijftig ervaarde ontvluchten. Mijn ouders waren hardwerkende, nette mensen. Maar letterlijk elk dubbeltje moest worden omgedraaid. Ik wilde daaruit weg.”
“Op mijn vijftiende werkte ik al. Timmerman. Alles pakte ik aan. Zo kwam ik op een dag in de Stadsschouwburg terecht. Daar zag ik een decor van de opera, die daar toen altijd speelde. Ik wist niet wat ik zag. Ergens diep in mij voelde ik: theater is een wereld waar ik bij wil horen.”
‘Zonder plan ga ik dood’, zei je in het televisieportret dat Cornald Maas maakte.
“Toen ik jong was, had ik nog geen concreet plan. Behalve dat ik vooruit wilde. Na die ervaring in de schouwburg ging ik bij het katholieke jongerentoneel in De Pijp.”
“Miek Stranger, de leider van de toneelgroep, heeft veel voor mij betekend. Ik was dyslectisch en ik stotterde – je kan gerust zeggen dat ik geen groot toneeltalent was. Toch nam zij mij serieus. Er ging een wereld voor me open.”
“Tegelijk moest ik natuurlijk inkomsten hebben. Al jong was ik ondernemer. Ik trad op als Taco de Clown en ik was te huur als de Nederlandse Batman. Ook opende ik rond mijn twintigste een winkel in feestartikelen.”
“Op een avond zag ik André van Duin op tv, met zijn bandparodie. Ik heb hem meteen benaderd en ben zijn impresario geworden. Zo is mijn carrière begonnen.”
“Later, toen ik bedrijven had, werkte ik wel met plannen. Ook in die drukke jaren, met tv-programma's wereldwijd, wilde ik nog altijd vooruit. Almaar door, naar weer een nieuwe horizon, vol met nieuwe initiatieven. Mijn hersenen staan nooit stil.”
“Zo had ik de gewoonte om bij een première of bij de uitzending van een nieuw tv-programma op de middag ervoor een lijstje te maken met nieuwe doelen. Zodat ik bij het slotapplaus alweer de spanning voelde voor het volgende project. Dat moest dan wéér verder reiken: artistiek, commercieel, of allebei.”
Waar komt de achterliggende drive, die ambitie vandaan?
“Er leeft in mij een onbedwingbare behoefte om kunst te maken voor een breed publiek. Misschien omdat kunst mijzelf op het goede spoor heeft gebracht. Theater biedt vertier, een avond uit. Maar je leert er ook veel van: nieuwe inzichten, een andere blik op de wereld.”
“Ik denk nog geregeld terug aan de André Hazes-musical ‘Hij gelooft in mij’. Daar kwamen ruim 800.000 mensen op af, onder wie ook F-Siders en andere types die normaal niet zomaar een theater bezoeken. Dat ging vaak gepaard met veel branie. Zo van: dit wordt een avond meelallen met Hazes. En vervolgens zag ik ook deze bezoekers al na een paar minuten geconcentreerd naar de voorstelling kijken. Helemaal verdwenen in het verhaal. Daar ben ik nog altijd trots op. Theater is voor iedereen een mogelijkheid te ontsnappen aan de sores van alledag.”
“Dit betekent niet dat ik experimentele of meer complexe voorstellingen niet waardeer. Het is belangrijk dat hiervoor ruimte en dus subsidie is. Zonder grensverleggende voorstellingen is er geen vooruitgang. Dat is slecht voor de hele sector.”
Wat helpt je meer in het leven; het hebben van ambitie of het hebben van een talent?
“Alles draait om talent. Dat maakt het verschil. Maar daarmee begint het pas. Talent brengt verplichtingen met zich mee.”
“De belangrijkste is keihard werken. Want je wordt pas top door oneindig veel te trainen of te repeteren. Dat geldt voor sporters en dat geldt voor podiumkunstenaars. Dan heb ik het nog niet eens over de innerlijke drive die er óók moet zijn. Die innerlijke stem die je dwingt er altijd te staan en fit te blijven.”
“Ik heb veel talent zien doven omdat die innerlijke stem verzaakte. Zeker als roem om de hoek komt kijken. Bekendheid is voor talent een grote bedreiging. Als de focus vertroebelt gaat dat ten koste van de ambitie.”
Wat is in jouw ogen jouw grootste kwaliteit?
“Talent in een vroeg stadium ontdekken en begeleiden. Plannen maken. Kansen zien. En ik heb ook het talent om eindeloos door te gaan. Waar anderen afhaken geef ik graag nog wat extra gas. Wat soms voor mijn omgeving ook best gekmakend kan zijn. Ik laat niet snel los.”
‘Het kan altijd beter’ is een andere favoriete uitspraak van je.
“Dat is ook zo. Of je nu André van Duin, Alex Klaasen of Simone Kleinsma heet: perfectie is uiterst zeldzaam.”
“In mijn rol als producent probeer ik makers altijd te stimuleren door veel opmerkingen te maken en vragen te stellen. Over dictie, refreinen, woordkeuzes, lichtontwerp…, over alles eigenlijk.”
“Maar het is net zo belangrijk om te benadrukken wat wel goed gaat. Wie zingt of acteert stelt zich enorm kwetsbaar op. Die kwetsbaarheid mag niet beschadigd worden. Dan gaat alles kapot.”
Wat is succes?
“In 1990 ging de allereerste, door mij geproduceerde Nederlandse televisiesoap van start: Goede Tijden, Slechte Tijden. Ik achtte de tijd rijp, maar dat was tegen de stroom in. De kritieken waren meedogenloos. Voor de jonge acteurs was dat heel zwaar.”
“Bij borrels zette ik die eerste maanden postzakken vol lezerspost neer – dat ging nog op de ouderwetse manier. Dan las ik enkele leuke reacties van fans voor. Maar ik vertelde er niet bij dat die postzakken verder gevuld waren met oud papier. Dit deed ik om de moed erin te houden en omdat ik geloofde in een Nederlandstalige soap.”
“Vorig jaar vierde GTST het 35-jarig jubileum. In de kranten stonden grote verhalen over het belang van de serie en de maatschappelijke problemen die erin worden behandeld. Op zo'n moment denk ik wel even: Joop, dat had je toch best goed gezien.”
De laatste jaren maak je je steeds drukker over de publieke zaak? Waar komt die wens vandaan?
“Nederland is een fantastisch land waar we veel goed voor elkaar hebben: de scheiding van uitvoerende-, wetgevende- en rechterlijke macht en het idee dat we elkaar in bescherming nemen als dat nodig is.”
“Die saamhorigheid wordt door de opkomst van het populisme behoorlijk effectief gesloopt.”
“Het wantrouwen richting de overheid groeit en het vrije woord – de basis van alles – wordt ondermijnd. Door aanvallen op de journalistiek en door bezuinigingen vanuit de politiek op de publieke omroep. Terwijl onafhankelijke journalistiek een pijler is waarop onze democratie zwaar leunt.”
“Het gebeurt waar we bijstaan. Ik kon me niet meer inhouden. Het ergerde me dat zo weinig mensen opstaan om deze waarden te beschermen.”
“Toen dacht ik: actie. Ik plaatste tweemaal een paginagrote advertentie met een oproep om voor het vrije woord te vechten. Natuurlijk ben ik in de bevoorrechte positie dat ik dit kan doen. En het had effect.”
“Diverse politici zijn in gesprek gegaan en ik zie dat er gelukkig meer acties zijn gekomen. De culturele sector, die in een paar jaar tijd zo'n 500 miljoen moest inleveren, bijt ook flink van zich af. Al blijft het pijnlijk dat we in ons land deze strijd moeten voeren.”
Is daarom ook de VandenEnde Foundation ontstaan?
“Janine en ik wilden graag iets terugdoen voor de maatschappij die ons zoveel kansen heeft gegeven. Dat was alweer 25 jaar geleden. We schenken jaarlijks ruim zes miljoen aan kunst en cultuur – en dat gaat van beginnende streetdancers, podiumkunstenaars en musici tot aan het Stedelijk Museum en De Nationale Opera.”
“Onze focus ligt op het stimuleren van jong toptalent. Zo zijn er al honderden talenten met onze steun naar buitenlandse opleidingen gegaan. Noa Wildschut, Lucas en Arthur Jussen en Halina Reijn kregen bijvoorbeeld ooit een beurs. Het is echt een groot geluk om dit te kunnen doen. Juist nu.”
En de toekomst?
“Ik ga richting mijn 84e verjaardag, maar ik maak nog altijd voor tien jaar plannen. Op deze leeftijd is dat misschien wel wat optimistisch. Ik weet dat het een keer eindigt. Maar de creativiteit is nog volop aanwezig. Dus werk ik door. Natuurlijk in een lagere versnelling dan twintig jaar geleden. Maar er gaat geen dag voorbij zonder nieuwe ideeën.”